Thereza Ameal · Genspect ·
Portugal: de wet tegen 'conversietherapie' keert zich tegen zorgvuldige genderzorg
Portugal stelde in 2024 conversiepraktijken strafbaar. Activiste Thereza Ameal betoogt dat de definitie inmiddels zo breed is dat ook het terughoudend verkennen van een genderwens door ouders en therapeuten eronder kan vallen — een omkering van waar de wet ooit voor bedoeld was.

Portugal maakte in 2024 zogenoemde conversiepraktijken strafbaar: pogingen om iemands seksuele gerichtheid of genderidentiteit te veranderen of te onderdrukken. De wet volgde op een fel schooldebat een jaar eerder, toen de Portugese activiste Thereza Ameal een burgerpetitie indiende tegen plannen om genderidentificatie een plek te geven in het onderwijs, met regelingen voor naamswijziging, toiletgebruik naar zelfgekozen identiteit en het buitensluiten van ouders bij die keuzes. Bijna vijftigduizend mensen tekenden. In een recent essay voor Genspect betoogt Ameal dat de wet die daarna kwam zich inmiddels tegen precies de zorgvuldigheid keert die zij met haar petitie wilde bewaken.
Van schoolpetitie naar strafwet
Ameals petitie uit 2023 richtte zich niet tegen transgender personen, maar tegen een specifiek wetsvoorstel dat kinderen op school zou toestaan zelfstandig van naam, aanspreekvorm en toiletgebruik te wisselen, met regelingen die ouders daarbuiten konden houden. De maatschappelijke onrust die dat opriep, droeg volgens Ameal bij aan de roep om een wet tegen "conversietherapie" — een wet die in 2024 werd aangenomen en gedragingen strafbaar stelt die iemands seksuele gerichtheid of genderidentiteit zouden willen "veranderen of onderdrukken". Het probleem zit volgens haar niet in het verbieden van dwang of geweld, maar in de reikwijdte van het begrip conversie zelf.
Welke omkering telt als conversie?
Klassieke conversietherapie probeerde homoseksuele mensen heteroseksueel te maken. Ameal trekt die logica door: als het onverdedigbaar is om iemands seksuele gerichtheid te willen ombuigen, is het volgens haar even onverdedigbaar om een homoseksuele jongere te begeleiden naar een volwassen leven als lid van het andere geslacht — een omkering die zij aanduidt als conversie van homo naar trans. Haar kernargument is dat de Portugese wet dat onderscheid niet maakt en daardoor zo breed uitpakt dat ook ouders en zorgprofessionals geraakt kunnen worden die geen enkele dwang uitoefenen, maar simpelweg vragen stellen. "Verkenning is geen conversietherapie", schrijft ze: een psycholoog moet kunnen vragen naar genderdysforie, seksuele gerichtheid, trauma, autisme en andere factoren voordat een traject wordt ingezet, zonder het risico te lopen daarvoor strafrechtelijk te worden aangesproken.
Cijfers, gevangenissen en de positie van vrouwen
Ameal plaatst haar kritiek in een breder Europees debat over de gevolgen van dat brede conversiebegrip. Ze citeert Reem Alsalem, speciaal VN-rapporteur voor geweld tegen vrouwen, die stelt dat geslacht in wetgeving ertoe doet omdat het bepalend is voor voortplanting en bescherming, en die erop wijst dat puberteitsremmers in verband zijn gebracht met verminderde botmineraaldichtheid en met effecten op de cognitieve ontwikkeling. Ameal verwijst ook naar cijfers van de voormalige Tavistock-kliniek in Londen: van de meisjes van wie de seksuele gerichtheid bekend was, bleek minstens zeventig procent aangetrokken tot vrouwen — vijftig procent lesbisch, twintig procent biseksueel — een gegeven dat volgens haar de vraag oproept of exploratie van seksuele gerichtheid niet júist nodig is voordat een medisch traject start. Als voorbeeld van waar de gevolgen concreet worden, noemt ze de plaatsing van vijf biologisch mannelijke, juridisch als vrouw geregistreerde gedetineerden in Portugese vrouwengevangenissen, met onder meer een geval van opzettelijke brandstichting in een cel — gebeurtenissen die volgens haar de veiligheid van vrouwelijke gedetineerden raken.
Ameals essay is geen pleidooi tegen een verbod op dwang of geweld rond seksuele gerichtheid en genderidentiteit. Het is een waarschuwing dat een wet die is bedoeld om kwetsbare mensen te beschermen, in de uitwerking het omgekeerde effect kan hebben: therapeuten die terughoudend willen exploreren, en ouders die om bedenktijd vragen, belanden aan dezelfde kant van de strafnorm als wie ooit met dwang probeerde te "genezen" — terwijl bevestiging van een gewenste identiteit buiten schot blijft.

Edward Jansen
Redactie