Saskia Weijermars · Fox News · 6 oktober 2026
De Kelly Loving Act: hoe Colorado 'fout aanspreken' tot discriminatie maakte — en nu voor de rechter staat
Colorado's Kelly Loving Act, sinds 1 oktober 2026 van kracht, maakte het gebruik van een voorkeursnaam of -voornaamwoord afdwingbaar onder het discriminatierecht. De bepaling die dat ook bij voogdijzaken zou laten meewegen, sneuvelde — maar de kern staat overeind en ligt nu bij de rechter.

Stel: een vader noemt zijn kind tijdens een omgangsregeling bij de naam waarmee het is geboren, of gebruikt het voornaamwoord dat bij diens geboortegeslacht hoort. Onder het oorspronkelijke wetsvoorstel voor de Colorado Kelly Loving Act kon een rechter dat meewegen als 'coercive control' — dwingende controle — in de voogdijzaak. Dat voorstel, House Bill 25-1312, is intussen wet. Sinds 1 oktober 2026 is de Kelly Loving Act van kracht in Colorado, en de kern van dat voorstel — het onder dwang van discriminatierecht afdwingen van een voorkeursnaam of -voornaamwoord — staat nog altijd overeind. Vier organisaties klagen de staat er daarom nu voor aan.
Wat de wet oorspronkelijk regelde
De Kelly Loving Act is vernoemd naar Kelly Loving, een transgender vrouw die in 2022 omkwam bij de schietpartij in nachtclub Club Q in Colorado Springs. Het wetsvoorstel werd op 28 maart 2025 ingediend en paste de Colorado Anti-Discrimination Act (CADA) aan: het weigeren van iemands gekozen naam of voornaamwoord zou daarmee een vorm van discriminatie op grond van 'gender expression' worden. Volgens Colorado Times Recorder, dat de aanname van de wet in detail versloeg, bevatte het oorspronkelijke voorstel daarnaast een bepaling die 'deadnaming' en 'misgendering' door een ouder expliciet kon laten meewegen als 'coercive control' bij de beoordeling van gezag en omgang.
Dat is geen abstracte juridische techniek. Een ouder die om wat voor reden dan ook niet meegaat in de gekozen genderidentiteit van een kind — uit zorg, uit onzekerheid, of simpelweg omdat die identiteit net is gewijzigd — zou met die opstelling zelf bewijsmateriaal tegen zichzelf opbouwen in een voogdijstrijd. Daarmee werd genderidentiteit, een door niemand extern te verifiëren zelfrapportage, een juridische hefboom in een van de meest ingrijpende procedures die een gezin kan doormaken.
Wat sneuvelde — en waarom
De bepaling over voogdij haalde de eindstreep niet. Het Huis van Afgevaardigden nam het wetsvoorstel op 6 april 2025 aan, de Senaat op 6 mei 2025, maar vóór de definitieve stemming schrapten de indieners de voogdijbepaling. De Foundation for Individual Rights and Expression (FIRE), een Amerikaanse organisatie voor vrijheid van meningsuiting, had intussen gewaarschuwd dat het dwingen van mensen tot specifiek taalgebruik neerkomt op 'compelled speech' — gedwongen spraak — die door het Eerste Amendement in beginsel wordt verboden. Diezelfde zorg leefde volgens Colorado Times Recorder ook bij Democratische wetgevers: senator Marc Snyder zei dat kiezers in zijn district zich tegen het voorstel hadden uitgesproken, terwijl Republikeinse volksvertegenwoordiger Brandi Bradley de kernvraag scherp verwoordde: het wetsvoorstel zou volgens haar een kind feitelijk vertellen dat de wens van een ouder om niet mee te gaan in een genderidentiteit op zichzelf al schadelijk is.
Gouverneur Jared Polis ondertekende de uiteindelijke, geamendeerde wet op 16 mei 2025. De voogdijbepaling was verdwenen. Maar de kernbepaling — dat het weigeren van een voorkeursnaam of -voornaamwoord discriminatie onder CADA kan opleveren — bleef staan, met één uitzondering: organisaties mogen nog altijd iemands wettelijke naam gebruiken voor identiteitsverificatie.
Wat overeind bleef, ligt nu bij de rechter
Precies die overgebleven kernbepaling is sindsdien aangevochten. Volgens Fox News spanden Defending Education, Do No Harm, het Colorado Parent Advocacy Network en Protect Kids Colorado een rechtszaak aan tegen de staat. Hun aanklacht stelt dat de nieuwe, verruimde definitie van 'gender expression' in CADA ongrondwettelijk ruim is geformuleerd en mensen feitelijk verplicht om zich te voegen naar een voorkeursnaam of -voornaamwoord, op straffe van een discriminatieclaim. Wie iemand die zich identificeert als transgender aanspreekt met biologisch accurate termen, drukt daarmee volgens de aanklagers een standpunt uit dat de wet nu afstraft — precies de definitie van gedwongen spraak die FIRE eerder over de voogdijbepaling naar voren bracht, nu toegepast op de bredere discriminatieregel.
Dat raakt niet alleen individuele burgers. Het beperkt ook, zoals dit dossier eerder liet zien bij de discussie over kleedkamers op basis van zelfidentificatie, de ruimte om in het openbaar vast te houden aan sekse als uitgangspunt — nu niet in een fysieke ruimte, maar in taal zelf.
Een patroon: genderidentiteit als juridische hefboom
De Kelly Loving Act staat niet op zichzelf. Zodra 'genderidentiteit' een juridisch afdwingbare categorie wordt, ontstaat telkens dezelfde spanning: tussen de erkenning die transgender personen verdienen en de vrijheid van anderen om zich niet naar een zelfrapportage te hoeven voegen waarvan de feitelijke grondslag niet extern te toetsen is. In Nederland deed zich een vergelijkbare dynamiek voor toen een jeugdzorgkwestie rond gendertwijfel uitmondde in een strafrechtelijk traject — dit dossier besprak die zaak eerder als voorbeeld van hoe snel een meningsverschil over genderidentiteit een juridische procedure wordt. Wat in Colorado via het discriminatierecht loopt, loopt in Nederland via de conversiewet: in beide gevallen verschuift genderidentiteit van een persoonlijke overtuiging naar een categorie die de wet beschermt tegen tegenspraak.
Internationaal beweegt de rechtspraak intussen niet overal dezelfde kant op. Waar Colorado het makkelijker maakte om een voorkeursidentiteit juridisch te laten gelden, oordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof in de zaak Trump v. Orr juist dat een paspoort het geboortegeslacht moet tonen in plaats van een zelfgekozen genderidentiteit — een uitspraak die laat zien hoe uiteenlopend Amerikaanse instanties zelfidentificatie momenteel beoordelen. Die tegenstelling — de ene staat die zelfidentificatie juridisch afdwingt, het federale hooggerechtshof dat in een ander dossier vasthoudt aan geboortegeslacht — is precies waarom dit geen afgerond debat is, maar een nog volop bewegend juridisch front.
Waar het op neerkomt
De Kelly Loving Act laat zien hoe een wet die begint als bescherming tegen geweld — de wet is vernoemd naar een slachtoffer van een dodelijke aanslag — kan uitgroeien tot een instrument dat taalgebruik over genderidentiteit juridisch afdwingt. De meest verstrekkende bepaling, die ouders in voogdijzaken kon raken, is geschrapt na gefundeerde kritiek over gedwongen spraak. Maar de onderliggende discriminatiedefinitie bleef overeind, is sinds 1 oktober 2026 van kracht, en ligt nu zelf voor de rechter. Welke kant die rechtszaak op gaat, zal verder reiken dan Colorado alleen: het is een testcase voor de vraag of een staat burgers kan verplichten om een niet-verifieerbare zelfrapportage als juridisch feit te behandelen.
Bronnen
- Foundation for Individual Rights and Expression (FIRE), "Colorado reversal on misgendering ban is a crisis averted but a danger revealed"
- Fox News, "Colorado parent groups sue state over controversial new transgender law enforcing 'compelled speech'"
- Colorado Times Recorder, "How GOP legislators manufactured outrage against a transgender rights bill in Colorado", april 2026

Saskia Weijermars
Redactie