Filip Buekens · Wynia's Week (interview door Roan Asselman, Doorbraak.be) ·
125 hoogleraren genderstudies, een handvol kernenergie: een filosoof over scheve wetenschapsprioriteiten
Filosoof Filip Buekens (KU Leuven) wijst op een universiteit met 125 hoogleraren genderstudies tegenover nauwelijks onderzoekers naar kernenergie — en legt daarmee een patroon bloot dat ook het genderzorgdebat raakt: ideologisch comfortabele vakgebieden groeien, ongemakkelijke feiten krijgen geen leerstoel.

Hoeveel hoogleraren heeft een universiteit nodig om over gender te praten, en hoeveel om de energievoorziening van morgen te bedenken? Filosoof Filip Buekens, emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de KU Leuven, kreeg in een interview met opinieredacteur Roan Asselman van Doorbraak.be — half augustus 2026 overgenomen door Wynia's Week — een cijfer te horen dat blijft haken: de Universiteit van Konstanz alleen al telt 125 hoogleraren genderstudies, tegenover "een handjevol" wetenschappers dat zich met kernenergie bezighoudt. Geen slordige schatting van een polemist, maar een telling aan één Duitse universiteit.
Een universiteit is geen neutrale optelsom
Buekens' punt is niet dat gender als onderwerp geen wetenschap verdient. Zijn punt is dat de verdeling van leerstoelen, promotieplekken en subsidies iets laat zien over wat een universiteit beloont: onderwerpen die aansluiten bij een dominant maatschappelijk verhaal groeien vanzelf, onderwerpen die dat verhaal ongemakkelijk maken — of gewoon minder aantrekkelijk zijn voor jonge onderzoekers — blijven onderbezet. Kernenergie is daarvan een schoolvoorbeeld: technisch complex, politiek beladen in de andere richting, en niet iets waarmee je makkelijk een activistische leerstoel vult. Het resultaat is een scheve kaart van de wetenschap, niet omdat de feiten dat afdwingen, maar omdat de incentives dat doen.
Hetzelfde mechanisme als in het genderzorgdebat
Wie de dossiers op deze site volgt, herkent het patroon. Ook in het debat over genderzorg zagen critici als intensivist Armand Girbes eerder al dat ideologische overtuigingen zwaarder wegen dan het beschikbare bewijs — een kritiek die inmiddels op meerdere plekken in dit netwerk is uitgewerkt. Buekens voegt daar een structurele laag aan toe: het probleem zit niet alleen bij individuele onderzoekers die de uitkomst van hun onderzoek laten kleuren door overtuiging, maar bij de universitaire structuur zelf, die posities en aanzien toekent op basis van maatschappelijke gewildheid in plaats van wetenschappelijke urgentie. Buekens noemt in het interview ook de Cambridge-benoeming van Jason Arday als voorbeeld van hoe activistische geloofwaardigheid inmiddels kan wegen als academische verdienste — een dynamiek die zich net zo goed afspeelt in de aanstelling van genderzorg-onderzoekers en de samenstelling van adviescommissies.
Wat dit betekent voor beleidsmakers
Voor Nederlandse en Belgische beleidsmakers is dit meer dan een academisch curiosum. Als de verdeling van onderzoeksgeld en leerstoelen structureel scheeftrekt richting ideologisch comfortabele thema's, dan geldt dat evengoed voor de kennisbasis waarop genderzorgbeleid, adviescommissies en richtlijnen — zoals de eerder besproken Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg — steunen. Een advies is maar zo goed als het onderzoeksveld dat erachter staat, en een onderzoeksveld dat systematisch scheef is samengesteld, levert zelden een evenwichtig advies op. Buekens' aanbeveling is bescheiden maar concreet: lees niet alleen wat de gevestigde vakgroepen produceren, maar zoek ook naar de heterodoxe stemmen — op Substack, bij Quillette, in interviews als het zijne — die het verhaal vertellen dat binnen de muren van de universiteit zelf nauwelijks nog plek krijgt.
Geen pleidooi tegen genderstudies, wel voor evenwicht
Buekens pleit nergens voor het opheffen van genderstudies als vakgebied. Zijn punt is een pleidooi voor proportionaliteit: een universiteit die vijfentwintig keer zoveel hoogleraren aan gender wijdt als aan een technologie die cruciaal is voor de energietransitie, geeft daarmee een signaal af over wat er telt als 'belangrijke' kennis — en dat signaal werkt door, ook in de dossiers die dit netwerk dagelijks volgt.

Saskia Weijermars
Redactie