Genderbeleid · Aanhangsel Handelingen II 2026–2027, nr. 196 (2026Z17085) · 10 oktober 2026
Zijn genderkritische websites verboden? Wat het kabinet zelf antwoordt
Het kabinet noemt genderkritische websites zorgelijk, maar schrijft in dezelfde antwoorden dat er geen wettelijke norm is die ze verbiedt, dat de inspectie maar beperkt kan optreden en dat het niet weet hoe vaak ze worden bezocht. Nieuwe maatregelen komen er niet; wel een onderzoek naar ‘anti-gendernarratieven’.

Nee, genderkritische websites zijn niet verboden. Dat schrijft het kabinet zelf, in de antwoorden van 1 oktober 2026 op Kamervragen over 38 van die websites. Het kabinet vindt ze zorgelijk, maar stelt in dezelfde brief vast dat er geen wet is die ze verbiedt en dat het toezicht er nauwelijks greep op heeft. Dit artikel zet per antwoord op een rij wat er staat.
Geen wettelijke norm
De vraag was of een website wettelijk gezien een zelftest over genderidentiteit mag aanbieden. Het antwoord begint met ja: ‘het uitgangspunt is dat iedereen naar eigen wens informatie mag delen online. Hoewel het onwenselijk is als er onjuiste of schadelijke informatie over genderidentiteit of zorgbehoeften wordt verspreid, is er geen wettelijke norm die het aanbieden van de genoemde zelftests in algemene zin verbiedt.’
Het kabinet noemt één uitweg: ‘Op het moment dat aantoonbaar onjuiste, schadelijke gezondheidsinformatie wordt verspreid en iemand hierdoor schade ondervindt, bijvoorbeeld door het mislopen van zorg, kan dit een onrechtmatige daad opleveren waar civielrechtelijk tegen kan worden opgetreden.’ Dat is de gewone weg naar de rechter, met de gewone bewijslast: wie stelt dat iets aantoonbaar onjuist is, moet dat aantonen.
De inspectie kan weinig
Over het toezicht schrijft het kabinet dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ‘beperkt mogelijkheden’ heeft ‘om op te treden tegen websites met misleidende medische informatie’. Er zijn twee aanknopingspunten: uitingen van een zorgverlener of zorgaanbieder, via de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en beroepsnormen, en uitingen over geneesmiddelen, via het reclametoezicht in de Geneesmiddelenwet. Een website van een burger of stichting die geen zorg verleent en geen geneesmiddel aanprijst, valt daar niet onder.
Het kabinet kent de bezoekcijfers niet
Op de vraag hoe vaak de websites worden bezocht, antwoordt het kabinet: ‘Het is niet bij ons bekend hoe vaak deze websites worden bezocht en hoe bezoekers daar terechtkomen. Het past ook niet bij de taak van de overheid om dergelijke informatie bij te houden en/of te inventariseren.’ Het kabinet weet dus niet hoe groot het probleem is dat het zorgelijk noemt.
Geen nieuwe maatregelen, wel onderzoek
De Kamer vroeg ook of het verspreiden van misleidende informatie over transgenderzorg onder de Rijksbrede strategie tegen desinformatie valt. Het kabinet verwijst naar een deelstrategie van VWS, die zich richt ‘op onjuiste gezondheidsinformatie in den brede, niet zo zeer op specifieke maatregelen voor individuele onderwerpen, zoals transgenderzorg’.
Wel komt er onderzoek. De staatssecretaris schrijft: ‘Om meer zicht op het probleem te krijgen laat ik onderzoek doen naar de verspreiding en impact van anti-gender- en anti-lhbtiq+-narratieven in Nederland.’ De onderzoekers moeten ook nagaan hoe die narratieven zich verhouden tot ‘opkomende bewegingen, zoals de internationale anti-genderbeweging en de manosfeer’. De resultaten worden medio 2027 verwacht.
Wat hieraan opvalt
Drie dingen. Het kabinet noemt de informatie op de websites onjuist zonder in de dertien antwoorden één onjuiste bewering aan te wijzen; dat is uitgewerkt op Genderzorgen.nl. Het geeft een onderzoeksopdracht waarin kritiek op genderbeleid vooraf ‘anti-gender’ heet en in één adem wordt genoemd met de manosfeer; de uitkomst van zo’n opdracht ligt dan voor een deel al vast in de vraag. En het erkent tegelijk dat de websites onder de vrijheid van meningsuiting vallen.
Dat laatste is de kern voor beleid. Een overheid mag informatie die zij onjuist vindt weerspreken. Zij doet dat het sterkst door te zeggen welke bewering niet klopt en waarom. Hoe eerder kritiek op jeugdzorg een politiezaak werd, staat in Wanneer een uitspraak over jeugdzorg een politiezaak wordt.
Wat hierbij hoort
Het kabinet heeft gelijk dat onjuiste gezondheidsinformatie schade kan doen, en dat de civiele rechter daarvoor openstaat. Ook is het juist dat een van de websites een pagina voor tieners heeft, zoals antwoord 2 vermeldt. Wie over gezondheid schrijft voor een jong publiek, heeft een zware plicht om te kloppen. Daarom worden de websites op dit moment per pagina nagelopen op feiten en bronnen.
Conclusie
De websites en de zelftests zijn wettelijk toegestaan; dat is geen standpunt van de makers maar van het kabinet. Wat overblijft is een oordeel, zorgelijk, zonder aangewezen fout, zonder cijfers over het bereik en zonder maatregel. Wat het kabinet wel doet, is een onderzoek uitzetten naar de critici zelf.
Bronnen
- Antwoord van staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, op vragen van het lid Podt, antwoorden 2, 5, 6, 7, 8 en 9, Aanhangsel Handelingen II 2026–2027, nr. 196 (2026Z17085), ontvangen 1 oktober 2026.
- Pointer (KRO-NCRV), Ruim 30 Nederlandse websites online met desinformatie over trans mensen, 8 juli 2026, pointer.kro-ncrv.nl
Beeld: houten voorzittershamer op een gesloten boek. Foto: Sasun Bughdaryan via Unsplash.

Saskia Weijermars
Redactie